| Gliding in a Silent World by Flos Wildschut Nederlands curator Dutch Photo Institute (NFI), Rotterdam Watching the landscapes by Rotterdam photographer Gerco de Ruijter (Vianen, 1961) I am gliding above the earth. The dark surf´s cloudy line subtly merges with the sand´ soft curves. A line of dots is visible with crystal clarity: footsteps, ending in a person´s long shadow. Gerco de Ruijter shoots from the sky but always with both feet on the ground. He chooses a good position, checks which way the wind is blowing and prepares to fly his kite with a camera attached to it. Controlled from the ground it takes pictures of creeks, soil patterns, meadows and tree plants. De Ruijter himself doesn´t feel the need to fly above the earth in this "silent world" as he calls it. The earthly domain is where he finds adventure. Even now that he has become totally familiar with his kite and knows which areas he wishes to explore with his camera, he is time and again surprised when he develops his rolls. Did he remote-control the camera at the right moment? Or has this random exposure turned out to be one of the best? He is not one of those photographers that insists on looking through the viewer. De Ruijter even sees it as a limitation: "The camera limits your field of vision. Sometimes you can get so focused on the thing you wish to record that you tend to overlook other things, only to have them revealed at the printing stage." I can´t understand why he doesn´t wish to glide, as I do. To see the world from the sky is a fascination I have had ever since I was a little girl and was taken on my first flight into the air. I flew over the spectacular chimneys of the DSM chemical plant, with its eternal flame that sometimes would be big enough to paint the skies red. Over the Bunder woods where I would build huts with my play friends when school was out. Over my village, my house, looking for the things that I could recognize and that would completely change character because of this new perspective. To this day, whenever I am in a plane, I hope that the cloud cover will split and show me a glimpse of the world underneath. I scan the earth for landmarks such as the Alps, the Rhône river, the Delta dykes, Amsterdam, the IJ& Maybe it is because of these experiences that I find Gerco de Ruijter´s landscapes so impressive. They fascinate me even more than the landscapes I see from an aeroplane. The framing and quadrangle format deprive us of all grip. There is no horizon for orientation and a quadrangle just does not have a top or bottom side. There are no points of reference, nothing to hold on to. The earth itself is reduced to a variety of textures; a dark area of craquelé contrasted with a soft, velvety green layer and spongy shapes. On closer inspection they turn out to be the sea, a meadow and some trees, photographed from the air, from a much lower position than that of a plane, some twenty metres above ground level. In these photos taken from the air there is a remarkable paradoxical effect: by taking distance it seems as though their subjects were photographed from very nearby. Macro cosmos becomes micro cosmos. De Ruijter is playing with scale levels. Twenty metres are within reach. Tree tops become soft brushes you would like to touch. Bushes seem to be moss-like carpets. These tactile photos are reminiscent of abstract paintings where paint has been applied in grand gestures, mixed with grains of sand or bits of sponge. Gerco de Ruijter enjoyed a brief spell as a painter. Five years after graduating from the School of Photography in The Hague, he decided, in 1988, to study at the Visual Arts Academy of Rotterdam. He wanted to learn painting, abstract structures without a premeditated plan. He would start with a line of paint and then keep rotating the canvas. There was no top or bottom, no horizon, no reference. At the Rotterdam art academy, De Ruijter rediscovered photography, now as a foundation for his painting. He wanted to relate his abstract painting to reality. While experimenting with elevated viewpoints he discovered he could mount a camera on a kite. In 1993, De Ruijter graduated from the Department of Drawing and Painting with a series of black-and-white photographs that won him the Drempel Prize of the City of Rotterdam. These photos were printed in a small format (12 x 12 cm) and within their abstract landscapes small events take place. Yet, however small they are, they immediately draw our attention, thus negating the abstract character of the photo. Someone is sunbathing, a swan settles in a meadow. Shadows are larger than the objects. These tiny reference points immediately give away the scale of the scene and direct our gaze. De Ruijter´s current work is mostly abstract and devoid of any reference points. He defines the landscape as a juxtaposition of textures, where every visual element has the same importance, without a hint of hierarchy. Every once in a while Gerco de Ruijter will hang a film camera from his kite instead of a photo camera. He is fascinated by movement, something he can only hint at in his photos. In his films the surf is continuously breaking on the beach and the tree tops are swaying in the breeze. But the camera doesn´t always take to the air. Sometimes he has chosen for the opposite view: upwards, to the clouds, chasing the white stripes of an aeroplane across the sky. These are moving patterns, where the camera is indeed the extension of his eye for a while and the kite is left at home for the day. Gerco de Ruijter is the second artist to show work at Cargo, with current work that illustrates the new stage he has embarked upon. He no longer confines himself to the imperative format of the quadrangle but uses upright, man-high panoramas that allow for much more freedom. The combination of chosen format and wide-angle lens creates an illusion of a concave form in the photos. The images seem to reflect the curvature of the Earth. In these works concepts like far away and close up touch upon each other like never before, making the poplar plants transcend their earthy domain. The tight grid in which the poplars were planted is occasionally broken by an empty space where a tree has refused to take root. Nature has defiantly broken the might of mankind.
Flos Wildschut |
|
Zweven in een stille wereld to English door Flos Wildschut Kunsthistoricus en curator bij het Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam. Kijkend naar de landschappen van de Rotterdamse fotograaf Gerco de Ruijter (Vianen, 1961) zweef ik boven de aarde. De wolkige lijn van de donkere branding gaat subtiel over in de lichte welvingen van het zand. Haarscherp kan ik een rijtje stippen zien: voetstappen met aan het eind een lange schaduw van een mens. Gerco de Ruijter fotografeert vanuit de lucht, maar blijft met beide benen op de grond. Hij kiest een goede positie, bepaalt de windrichting en maakt voorbereidingen om zijn vlieger op te laten. Een vlieger met daaraan een camera, die - bestuurd vanaf de grond - foto's maakt van kreken, grondpatronen, weilanden en boomaanplantingen. De Ruijter voelt niet de behoefte boven de grond te zweven in - zoals hij dat zelf noemt - de 'stille wereld'. Het aardse is zijn avontuur. Hoewel hij zijn vlieger inmiddels door en door kent en weet welk gebied hij met zijn camera wil aftasten, is het steeds weer een verrassing als hij zijn filmrol heeft ontwikkeld. Zou hij de camera wel op het juiste moment op afstand hebben bediend? Is die toevallige opname niet één van de mooiste? Hij is niet het type fotograaf dat per se door de zoeker moet kijken. De Ruijter ervaart dat zelfs als een beperking: "De camera beperkt je zichtveld. Je bent soms zo gefocust op iets dat je wilt vastleggen, dat je andere dingen over het hoofd ziet. Die openbaren zich dan pas bij het afdrukken". Ik snap niet dat hij niet ook wil zweven, net als ik. De wereld bekijken vanuit de lucht, het fascineerde me al toen ik nog een klein meisje was en voor de eerste keer in mijn leven mee het luchtruim in mocht. Ik vloog over de spectaculaire schoorstenen van DSM en de vlam die altijd brandde en soms zo groot was dat de avondlucht er rood door kleurde. Over het Bunderbos, waar ik - na school - met vriendjes en vriendinnen hutten bouwde. Over mijn dorp, mijn huis. Op zoek naar het herkenbare dat vanuit dit nieuwe perspectief een heel ander karakter kreeg. Nog steeds hoop ik dat - wanneer ik in een vliegtuig zit - het wolkendek mij een blik gunt op de wereld beneden mij. Ik tast de aarde af naar ijkpunten: de Alpen, de Rhône, de Deltawerken, Amsterdam, het IJ... Het is misschien vanwege deze ervaringen dat de landschappen van Gerco de Ruijter zo'n grote indruk op me maken. Ze fascineren me nog meer dan de landschappen die ik vanuit een vliegtuig zie. Door de kadrering en het vierkante formaat wordt ons alle grip ontnomen. De richtinggevende horizon ontbreekt en aan een vierkante vorm zit nu eenmaal geen boven- en onderkant. Er zijn geen ijkpunten om je aan vast te klampen. De aarde bestaat alleen nog uit verschillende texturen: een donker vlak van craquelé met als pendant een zacht fluwelen groene laag en sponsachtige vormen. Bij nader inzien blijken het de zee, een weiland en bomen. Vanuit de lucht gefotografeerd, lager dan een vliegtuig, twintig meter boven het maaiveld. In de foto's die vanuit de lucht zijn genomen treedt een merkwaardig paradoxaal effect op. Door afstand te nemen lijkt het alsof het onderwerp van heel dichtbij is gefotografeerd. Macrocosmos wordt microcosmos. De Ruijter speelt een spel met schaalniveaus. Twintig meter komt binnen handbereik. Boomtoppen worden zachte borstels die je zou willen aanraken. Struiken lijken op mosachtig tapijt. De tactiele foto´s doen denken aan abstracte schilderijen, waarop de verf met groot gebaar is aangebracht, vermengd met korrels zand of stukjes spons. Gerco de Ruijter was korte tijd schilder. Vijf jaar na het behalen van zijn diploma aan de School voor Fotografie in Den Haag besloot hij in 1988 naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam te gaan. Hij wilde leren schilderen, abstracte structuren, zonder vooropgezet plan. Hij begon met een streep verf en draaide dan het doek voortdurend. Onderkant en bovenkant bestonden niet. Geen horizon ter oriëntatie. De Ruijter herontdekte op de Rotterdamse academie de fotografie, die nu kon dienen als basis voor zijn schilderijen. Hij wilde zijn abstracte schilderkunst relateren aan de werkelijkheid. Hij experimenteerde met hoge standpunten en ontdekte dat je aan een vlieger een camera kon bevestigen. De Ruijter studeerde in 1993 af aan de afdeling tekenen en schilderen met een serie zwart-wit foto's en won er de Drempelprijs voor de stad Rotterdam mee. In de serie foto's afgedrukt op klein formaat (12 x 12 cm), vinden in het abstracte landschap kleine gebeurtenissen plaats. Hoe kleinschalig ook, ze trekken onmiddellijk onze aandacht, waardoor het abstracte karakter teniet wordt gedaan. Iemand lig te zonnen, een zwaan nestelt zich in een weiland. Schaduwen zijn groter dan de onderwerpen. Deze nietige ijkpunten verraden meteen de schaal en geven de kijkrichting aan. In het huidige werk van De Ruijter voert abstractie de boventoon. Oriëntatiemogelijkheden worden je ontnomen. Hij definieert het landschap als een nevenschikking van texturen. Elk beeldelement is even belangrijk. Elke suggestie van hiërarchie ontbreekt. Af en toe hangt Gerco de Ruijter in plaats van zijn fotocamera een filmcamera aan de vlieger. Beweging fascineert hem. In zijn foto's kan hij beweging alleen maar suggereren. In zijn filmpjes slaat de branding voortdurend op het strand en golven de boomtoppen in de wind. Maar niet altijd gaat de camera mee omhoog. Hij heeft ook wel gekozen voor de omgekeerde kijkrichting: naar boven, naar de wolken, naar de witte strepen die een vliegtuig in de lucht trekt. Het zijn bewegende patronen. Hier wordt de camera toch even het verlengstuk van zijn oog. De vlieger blijft een dagje thuis. Hij houdt niet langer vast aan de dwingende vorm van het vierkant, maar kiest voor staande, manshoge panorama's. Dit verschaft hem een grotere mate van vrijheid. De combinatie van dit formaat en het gebruik van een groothoeklens creëert in de foto's de illusie van een concave vorm. In het beeld lijkt de bolling van de aarde zichtbaar. Begrippen als ver weg en dichtbij raken elkaar in deze werken meer dan ooit, waardoor de peppelplantages het aardse ontstijgen. Het strakke grid waarin de populieren zijn aangeplant wordt in sommige gevallen onderbroken door een gat. Een boom heeft niet willen groeien. Recalcitrant heeft de natuur de macht van de mens gebroken. Flos Wildschut is freelance kunsthistoricus top |