Outsized by Delpeut                                                               Nederlands



Gerco de Ruijter's photography and the Dutch landscape - they appear to be the perfect match. Paging the book with the overview of the photographs De Ruijter shot while flying his camera-kite between 1993 and 2003, one cannot escape being struck by the unique characteristics of the Dutch landscape: all ditches have been dug along a ruler, all trees are geometrically arranged, all groynes and breakwaters are dead straight.
The arrangements are Mondrian- esque - in this Dutch landscape the world is reduced to mere planes and lines. What makes these photographs so exciting, what creates their suspense, is their perpetual tumble from figurative to abstract and vice versa not unlike the images popularized by Gestalt-psychology, images that are transformed completely by even the most minimal changes of perspective. In the fresh-green grass the meticulous observer to his surprise will detect a small gathering of sheep, a lonesome horse, a few head of cattle on a dike. A quick movement of the eye, and the figurative features fade, disappear, and instantly make place for an abstract ensemble of divisions, thin and thick lines, fleecy clouds as flattened mosquitoes on the wall. The observer's eye keeps moving between these extremes, from the human standard of detail to the grand scale of structure. In the photographs of De Ruijter the Dutch landscape seems to be created for this Gestalt effect.

Yet in quite a few of De Ruijter's photographs the figurative basis of the tumble is minimized. It is as if De Ruijter wants to put his concept to the test again and again. In the borderline of the Dutch landscape especially (at the sea board and near other wetlands such as sand banks, salt marshes, and mud flats) the kite- camera registers hardly any human standard or cultural reference. This is where not geometry reigns, but geology, Nature - even if a few ripples in a pond, a goose in full flight, or a couple of fenceposts again create a tumble from real landscape to abstract image. Thus the photographs become doubly exciting. They unveil the landscape as an abstraction, make it look like the wildly applied colorful streaks of paint and mud of Art Brut. At the same time there are enough figurative elements for the observer never to forget the photographer's model, which is just a few hundred yards square of the Netherlands. The figurative element, though, often weighs less than a feather.

Good artists strive to explore the extremes of their concepts. This I believe is the background of De Ruijter's decision, of 2003, to shift his attention from the so familiar Dutch landscape to a new landscape and thus put his art to the ultimate test. The high desert of New Mexico, in the American Southwest, has not much in common with the lowlands of the Netherlands. In the expanse of the high desert it is geology that has the final word. The land's cultural history does not date back just a few scores of years or a couple of centuries, no, the land invites to make a journey into time of millions of years. The land is too vast to accept much, or any, human intervention. Even the animals disappear in the endless rock formations, sand flats, volcanic fields, and limestone ridges. One wonders how De Ruijter can find here any of the disruptive uncertainties that create the suspense so evidently present in the photographs from his "Dutch period."

By taking his kites, and now also a helium blimp to carry his camera, to New Mexico, De Ruijter laid himself open to all the risks that are inherent in empty space - a space offering nothing to hold on to. Without standards , no tumble either. At eye level the New Mexico landscape is indeed oversized, even outsized. But when seen from De Ruijter's kite-camera or blimp-camera, the high desert, surprisingly, is not without Gestalt at all. In De Ruijter's new work a new tension takes over from the tumble between figurative and abstract, a new sensation hits the excited observer: nothing explains what is detail, what is large scale. Doubt accompanies the observer- is he looking at a macro shot of a fossil or a shot of the moon as seen from Earth? The images now are almost fully abstract, and De Ruijter's "White Sands" triptych is practically a homage to Jan Schoonhoven. Again, though, in the pinpoint- sharp images enough real landscape remains to be detected to confuse the observer. They demand from the observer to look even closer, to wonder what's the measure of all things. Large, larger, largest. Or small, smaller, smallest. Nothing is for certain in these photographs. Just as great art should be.

Peter Delpeut
cineast/writer




top




                           




Bovenmaats door Peter Delpeut                                                  to English


De fotografie van Gerco de Ruijter en het Nederlandse landschap - ze lijken voor elkaar gemaakt. Als je het overzichtsboek met foto's die De Ruijter tussen 1993 en 2003 bij elkaar vliegerde doorbladert, dan vallen in eerste instantie de landschappelijke kenmerken op die we als typisch Nederlands ervaren: rechte sloten, geometrisch geplaatste bomenrijen, kaarsrechte kribben die het wassende water tot rust manen. Kenmerken die je mondriaanesk zou kunnen noemen: een landschap waarin de wereld is teruggebracht tot vlakken en lijnen.

Het spannende van deze foto's is dat ze in de blik van de toeschouwer voortdurend tuimelen tussen figuratief en abstract, zoals de plaatjes die door de Gestaltpsychologie populair zijn geworden, afbeeldingen die zich door een minimale perspectiefwisseling tot een totaal ander beeld transformeren. De precieze kijker ontwaart in het frisgroene gras een plukje schapen, een eenzaam paard, een paar koeien op een dijkje. Er is echter maar een kleine beweging nodig om van het ene op het andere moment de figuratieve kenmerken te laten opgaan in een abstract spel van vlakverdelingen, dikkere en dunnere lijnen, wolkjes schapenvacht als platgeslagen muggen op het behang. De blik van de toeschouwer pendelt voortdurend tussen deze twee verhoudingen, die van de menselijke maat en die van de grotere orde, die van het detail en die van de structuur. Het Gestalteffect van het figuratieve naar het abstracte en vice versa, lijkt in de foto's van De Ruijter nergens beter mee te articuleren dan met het Nederlandse cultuurlandschap.

Toch zijn er nogal wat foto's in het oeuvre van de Ruijter waarin de figuratieve basis van dit tuimeleffect tot een minimum is teruggebracht. Het is alsof De Ruijter zijn procédé steeds weer opnieuw heeft willen testen. Vooral in de grensgebieden van het Nederlandse landschap (die met de zee of andere natte plaatsen zoals slikken, schorren en zandbanken) is er vanaf vliegerhoogte nog nauwelijks sprake van menselijke maat of cultuurreferenties. Hier regeert niet de geometrie, maar de geologie, de natuur, al zorgen de rimpelingen in een waterplas, een overvliegende gans of een paar paaltjes van een hek nog steeds voor een tuimeleffect tussen een concreet landschap en een abstract beeld. Het levert deze foto's een dubbele spanning. Ze onthullen het landschap als een schilderkunstige abstractie van wild opgebrachte vegen kleur, die soms doen denken aan de met modder vermengde verfhuid van art brut. Tegelijkertijd zijn er juist voldoende figuratieve elementen die de toeschouwer de concrete basis van deze foto's (een paar honderd vierkante meter Nederland) niet doen vergeten. Maar op de weegschaal van het figuratieve en het abstracte wordt het figuratieve soms zo licht als een pluisje. Alle goede kunstenaars hebben de neiging de uitersten van hun uitgangspunten te onderzoeken. Dat verklaart - denk ik - waarom De Ruijter zijn werkterrein na 2003 heeft verlegd naar een landschap dat de ultieme test voor zijn werk inhoudt. New Mexico in het Zuidwesten van de Verenigde Staten deelt weinig met het Nederlandse landschap. Daar vind je uitgestrekte gebieden waar uiteindelijk alleen de geologie het voor het zeggen heeft. Niet een geschiedenis van tientallen, noch van honderden jaren, maar een reis in de tijd van miljoenen jaren. Een uitgestrektheid te groot voor menselijke interventie, zelfs de dieren gaan hier verloren in de oneindigheid van rotsen, zand, kalk en lava. Hoe kan De Ruijter hier de ontregelende onzekerheid vinden die de foto's van wat we nu maar zijn Nederlandse periode zullen noemen, zijn spanning geeft?

Door met zijn vliegers en - nu ook - een heliumballon naar New Mexico te gaan, zocht De Ruijter het risico van de leegte, een ruimte zonder houvast. Zonder maat geen tuimeleffect. En het landschap van New Mexico is bovenmaats. Tenminste, op ooghoogte, want vanuit de vlieger of ballon van De Ruijter blijkt dit landschap wel degelijk in staat tot een Gestalteffect. In dit nieuwe werk brengt niet zozeer de spanning tussen het figuratieve en het abstracte de kijker uit zijn evenwicht, maar neemt de onzekerheid over het hele grote en het hele kleine die rol over. De toeschouwer pendelt tussen de twijfel naar een macro-opname van een fossiel te kijken of een foto van de maan vanaf de aarde gezien. De afbeeldingen schuiven hiermee weer een stukje op naar de grens van de totale abstractie (de White Sands triptiek lijkt een hommage aan Jan Schoonhoven). Maar in de haarscherpe beelden blijft de concreetheid van het landschap nog voldoende aanwezig om de kijker in verwarring te brengen. Van ons kijkers wordt geëist nog beter te kijken, ons nog preciezer af te vragen wat de maat der dingen is. Groot, groter, grootst. Of klein, kleiner, kleinst. Niets is zeker in deze foto's. Zoals het hoort met goede kunst.

Peter Delpeut

top